Wijnstreek de Corbières

Naamloos-2

Een van de oudste wijnstreken van Frankrijk en gesticht door de Grieken. Lange tijd waren de wijnen uit dit gebied vlak en nietszeggend maar tegenwoordig komt er veel moois vandaan.

 

De Corbières vormt een gebied van 3000 km² ten zuiden van de lijn Narbonne/Carcassone in het departement Aude. Richting het westen stijgen zijn heuvels tot zo’n grote hoogte, dat het voor de wijnranken te koud wordt. In het oosten grenst het gebied aan de lagunen van Leucate en Bages en aan de Middellandse Zee. In het zuiden eindigt het op de steile rotsen die door de burchten van de Katharen, Quéribus en Peyrepertuse gekroond worden. Het grote teeltgebied met 15 000 ha AOC druiven manifesteert zich door verschillende gronden en klimaten. Wijnstokken groeien hier op leisteen uit het Primair, kalk en zandsteen uit het Secundair, mergellagen uit het Tertiair en kiezelachtige afzettingen uit het Quartair. Natuurlijk bepaalt de Middellandse Zee het klimaat, maar afhankelijk van de hoogte en ligging doet ook de Atlantische Oceaan van zich spreken.

 

De geschiedenis

De wijnstokken werden door Griekse handelaren geïntroduceerd in de 2e eeuw voor Christus, maar het waren de Romeinen die de wijnbouw verder ontwikkelden. De omstandigheden voor wijnbouw waren zo ideaal dat deze rond de stad Narbonne in handen kwam van verschillende Italiaanse eigenaren, dit zeer tegen de zin van de dan heersende Romeinse keizer Domitianus. Onder druk van wijnboeren aan de andere kant van de Alpen, die bevreesd waren voor concurrentie, beval keizer Domitianus dan ook een limiet op de productie van wijnen uit deze streek. In het jaar 92 gebiedt hij dat de helft van de aanplantingen gerooid moet worden. De welvaart in de wijnbouw duurde voort tot het einde van de Pax Romana. Later werd de streek bezet door volkeren uit het oosten, noorden en zuiden. De rust keerde terug met de komst van de monniken. Benedictijnen en Cisterciënzers hielpen bij de herontwikkeling van de landbouw. Ook de wijnbouw kwam weer terug. Zo sterk zelfs dat de wijnen van Lagrasse en Fontfroide werden aanbevolen door de sommelier van Karel de Grote.

 
Kathaarse oorlogen bracht de wijnbouw tot een nieuw dieptepunt en door de eeuwen heen heeft het gebied te kampen gehad met diverse oplevingen en instortingen. In de moderne tijd was daar de grote wijnfraude waardoor de gehele wijnmarkt instortte. Pas in 1908 zijn de wijnboeren zich gaan organiseren en werden er ook productielimieten vastgelegd. Corbières was in 1951 één van de eerste VDQS gebieden in Frankrijk maar haalde het niet tot AOC status. Dit gebeurde pas in 1985 toen een vroegere classificatie van Corbières Superieur gebaseerd op een hoger alcoholgehalte werd geschrapt. Tezelfdertijd werd de zone van de appellation drastisch verminderd van 44 000 ha tot 23 000 ha waarvan slechts 15 000 ha zijn beplant. Tegenwoordig is de AOC Corbières de belangrijkste en grootste van alle Languedoc wijnen en staat deze AOC qua volume op de 6e plaats in Frankrijk.

 

Na het verkrijgen van de AOC status werd er een enorme slag voorwaarts gemaakt op het gebied van kwaliteit. Allereerst slaagden de wijnboeren er in om de als massaproduct misbruikte Carignan de baas te worden. Oude Carignan stokken met geringe opbrengsten werden gekoesterd en duizenden hectaren wijnvelden werden vernieuwd met aanplant van onder andere Grenache, Syrah, Mourvedre en de witte variëteiten Grenache Blanc, Rolle, Marsanne en Roussanne.

 

Men ontwikkelde tevens een meer passende bereidingswijze voor de Carignan. Nu was het in de Languedoc Rousillon vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw gemeengoed geworden om de Carignan te vinifiëren volgens de maceration carbonique methode. Deze methode geeft de wijn meer kleur en aroma’s maar de wijn mist duidelijk structuur en tannines. De Carignan wordt vriendelijker, dus commerciëler, maar hij krijgt ook een typische, licht animale standaardsnit. De wijnboeren in Corbières zijn er ook toe overgegaan om een langere pulptijd te voeren en door een “hete finale” de extractie te verhogen wat de wijn veel structuur en fijnere tannines geeft.

Corbieres 2

Terroir

Vanaf 1990 begon men elf grote gebieden te definiëren die uitdrukking geven aan de verschillende bodemstructuren en microklimaten binnen de streek. Deze subgebieden zijn: Sigean, Durban, Queribus, Termenès, Saint-Victor, Fontfroide, Lagrasse, Serviès, Montagne d’Alaric, Lézignan en Boutenac.

 

Sigean heeft een mediterraan klimaat en een ondergrond van kalksteen, kiezelterrassen met kleine heuvels van rode zandsteen. Wijnen afkomstig uit Sigean kunnen lang worden bewaard. Durban heeft een veel kleinere mediterrane invloed en deze rode vlezige wijnen kunnen ook zeer goed ouderen.

 

Queribus vervolgens heeft een zeer droog klimaat met een sterke uitdrogende wind, de Tramontana. De ondergrond bestaat uit kalksteen. De rode wijnen zijn kersenrood met aroma’s van franboos en cassis. De wijnen hebben een tanninerijke structuur met een fijne en elegante afdronk.

 

Termenés heeft naast kalksteen ook veel kleisteen in de onderliggende bodem. Dit afgewisseld met leisteen de wijngaarden zijn gelegen op een hoogte tussen de 400 en 500 meter. Er heerst een mediterraan klimaat dat zeer onderhevig is aan zowel de bergen als de oceaan.

 

Saint-Victor heeft een duidelijk mediterraan klimaat. In de bodem veel zandsteen, klei, kalk- steen en leisteen. Wijngaarden gelegen op een hoogte tussen de 150 en 300 meter. De rode wijnen zijn vet en rond, zachte tannines en een lange afdronk. Zowel in de neus als in de mond aroma’s van rood fruit.

 

Fontfroide wordt van de Middellandse zee gescheiden door het Massief van Fonfroide. Dit gebied behoort tot het droogste van geheel Frankrijk. De wijngaarden bezitten hier een doorlaatbare ondergrond, uitermate geschikt voor Mourvedre. Rode wijnen hebben een purperen kleur. De neus verraadt klein rood fruit. Sterke tannines, rood fruit dat evolueert naar een kruidige toets.

 

Lagrasse met haar Mediterrane klimaat grenst in het zuiden aan de bergen van Alaric. De ondergrond bevat rode kalksteen en de wijngaarden liggen tussen de 150 en 250 meter hoogte.

 

Serviès heeft ook een Mediterraan klimaat en wordt in het noorden begrensd door de bergen van Alaric en in het zuiden door het plateau van Lacamp.

 

Montagne d’Alaric heeft een klimaat wat zit tussen Mediterraan en oceanisch. De ondergrond bestaat uit kalksteen en kiezelgronden en de hoogte van de wijngaarden gaat hier niet verder dan 100 meter. De rode wijnen hebben een krachtige en complexe neus met toetsen van wilde vruchten, bosbessen, licht kruidige of florale toets.

 

Lézignan bezit een duidelijk Mediterraans klimaat. De kalkstenen terrassen gaan nauwelijks hoger dan 50 meter. De wijnen hebben een neus van rijp zwart fruit, aroma’s van de garrique, peper en kruidnagel. Vrij vet en een lange afdronk.

 

Boutenac tenslotte heeft zich ook aan te passen aan de grillen van een Mediterraans klimaat. Hier veel kleine heuveltjes. De wijnen hebben aroma’s van zwart fruit, kruiden, tijm en rozemarijn.

 

Het decreet

Het AOC decreet uit 1985 omvat de volgende bepalingen: Iedere wijn afkomstig uit de Corbières moet uit minimaal twee druivenrassen bestaan. 87 gemeenten zijn gedefinieerd als toegestaan wijngebied. Het alcoholpercen- tage moet minstens 11,5% bedragen voor de rode- en 11% voor de witte- en rosé wijnen. De most moet minimaal een suikergehalte van 198 gram per liter bezitten voor de rode- en rosé wijnen en 178 gram per liter voor de witte wijnen. De opbrengst mag maxi- maal 50 hectoliter per hectare opleveren. Het decreet erkent de volgende appellaties: AOC Corbières rouge, rosé en blanc.

 

De wijnen

De witte wijnen mogen bestaan uit de druivenrassen Bourboulenc, Clairette, Grenache blanc, Macabeu, Muscat Blanc à petit grains, Piquepoul Blanc, Terret Blanc, Marsanne, Roussanne en Vermentino. De rassen Bourboulenc, Grenache Blanc en Macabeu moeten steeds minstens 50% van de cépage uitmaken. De rode en rosé wijnen mogen bestaan uit de druivenrassen Carignan, Grenache, lladoner Pelut, Mourvèdre, Piquepoul, Terret, Syrah, Cinsault en de witte rassen Bourboulenc, Macabeu en Grenache Gris. Cinsault mag maximum 20% uitmaken van de totale cépage. Macabeu en Bourboulenc mogen gezamenlijk slecht 10% uitmaken van de totale cépage. Grenache Gris mag maximum 50% uitmaken van de totale cépage. Het aandeel van de Carignan in de cépage moet in mindering gebracht worden met het totale aandeel van de bourboulenc, Grenache Gris en Macabeu samen. Rode wijnen ontstaan na klassieke vinificatie, of vooral bij het ras Carignan, via macération carbonique. Maar zoals vermeld wordt deze methode steeds minder vaak toegepast.

 

De betere rode wijnen vooral wanneer ze op eik worden opgelegd, moeten 2 à 5 jaren oud zijn alvorens ze te drinken. Ze hebben een purperen (jonge) tot robijnrode kleur. De jonge wijnen bieden een aroma van zwarte bessen of braambessen, ze ontluiken met geuren van kruiden, peper, zoethout, een snuifje garrigue en tijm. De rode bewaarwijnen hebben sterke aroma’s van oud leder, koffie, cacao en wild. De rosé’s worden in de meeste gevallen geproduceerd via de saignée-methode, soms worden ze direct geperst.

 

De zalmkleurige rosé’s moeten jong gedronken worden en geuren naar bloemen, cassis en garrigue.

 

De kleine hoeveelheden witte wijn ontstaan meestal direct na het persen. Soms wordt eerst macération pelliculaire toegepast. Vervolgens wordt vergist bij 18°C gedurende 2-3 weken. Incidenteel vindt de gisting plaats in eiken vaten. Ze hebben een gele kleur met een groene waas en ze geuren heerlijk naar vanille, anijs en exotische vruchten. Aanbevolen wordt ze jong, binnen de twee jaar, te drinken.

 

Een wijn die uit deze streek:

 

 

corbieres

 

 

 

Chateau de la Condamine Corbières AOC

Deze rode wijn is lekker bij gegrilled/geroosterd vlees en kaas