De druif centraal….Sangiovese

sangiovese1De rubriek “De druif centraal….”vertelt de geschiedenis, herkomst en bijzonderheden van een specifiek druivenras. Deze keer de Sangiovese

 

Sangiovese wordt in niet minder dan 58 provincies verbouwd en is daarmee de meest voorkomende druivensoort van Italië. De wijnen afkomstig van Sangiovese varieert van dun en schraal tot zeer donker en extractrijk. En alles daar tussen in. De naam Sangiovese komt van het Latijnse woord sanguis Jovis, bloed van Jupiter. Misschien dat het wijn stokkenarsenaal vroeger krachtiger wijnen opleverde?

French Vineyard

 

In het begin van de 19e eeuw hebben er in Italië twee soorten Sangiovese bestaan. Namelijk de Sangiovese Grosso en de Sangiovese Piccolo. Eerstgenoemde is het meeste aangeplant over het algemeen productiever en rijpt eerder. Hij heeft lossere trossen en de druiven zijn groter en hebben dikkere schilletjes. Overal in Toscane zijn de meest uiteenlopende klonen van sangiovese Grosso aangeplant terwijl diverse klonen van de Sangiovese Piccolo voornamelijk in Emilia Romagna worden aangetroffen.

 

Door de jaren heen zijn er legio klonen van de Sangiovese ontstaan waarbij het voor de gemiddelde wijnboer vrij lastig is te bepalen welke kloon nu feitelijk in zijn wijngaard staat aangeplant.
Juist door de vele klonen kan men niet spreken over dé Sangiovese. Het zijn er inmiddels tientallen met elk hun eigen specifieke karakter. In grote lijnen zou men kunnen stellen dat Sangiovese-druiven niet uitblinken door pigmentatie en dat de wijnen niet bekend staan om hun bijster intense kleur. Ook gelden ze niet als oxidatie bestendig. Het kenmerk van Sangiovese duiven is een oranje randje daar waar de wijn het glas raakt, de zogenaamde meniscus. De precieze Sangioves-smaak varieert enorm. Meestal proeft men er iets zeer aards, landelijks in, misschien zelfs iets dat sterk aan stallucht doet denken. De zuurgraad ligt uitgesproken hoog, de wijn bevat vrij weinig extract en een middelmatige hoeveelheid alcohol. Zoetheid bespeurt men niet of nauwelijks, wel tannine. Wijnen bestaande uit 100% Sangiovese kunnen maar matig ouderen.

 

Met uitzondering van de Brunello di Montalcino. De Brunello di Montalcino is een rode wijn met de controle herkenning ‘Denominazione di Origine Controllata. De wijn wordt geproduceerd in Toscane, op het grondgebied van de gemeente Montalcino in het zuiden van de provincie Siena. De Brunello di Montalcino behoort samen met andere Italiaanse rode wijnen, zoals de Barolo en Supertuscans zoals Sassicaia, tot de beste wijnen ter wereld. Overigens wordt deze topwijn gemaakt van de Sangiovese grosso. Men noemt hem ‘de kleine donkere’, Brunello dus.

 

Een Brunello wordt na 4 jaar op de markt gebracht en een Brunello Riserva na 5 jaar. Een Brunello is gemiddeld na 10 jaar op dronk en is dan nog enkele jaren te bewaren.

 

kan zelfs enkele tientallen jaren zijn, maar dat is afhankelijk van factoren zoals lagering, jaargang en wijnhuis. Over het algemeen produceert ieder Brunello-huis een tweede wijn, de Rosso di Montalcino. Dit kan gezien worden als een soort mini-Brunello. Een Rosso wordt na een tot twee jaar op de markt gebracht en is dan over het algemeen ook direct op dronk en kan ca. 5 jaar bewaard worden. Langer is mogelijk, maar niet echt de bedoeling.
De gebruikte druif bij zowel de Rosso- als de Brunello di Montalcino is de Brunellodruif. Dit is een kloon van de Sangiovesedruif.

 

Een andere zeer bekende wijn op basis van de Sangiovese druif is natuurlijk de Vino Nobile de Montepulciano. Vino Nobilo wordt gemaakt van de Prugnolo kloon. Het variëteitenmengsel is ongeveer gelijk aan dat van de Chianti maar de wijnen zijn steviger, met een iets ‘aangebrande’ smaak.

 

In Umbrië komen we wijnen onder de noemer Torgiano Rosso veelvuldig tegen.
Torgiano Rosso is een rode wijn op basis van de Sangiovese, aangevuld met Canaiolo en eventueel andere variëteiten. De wijn moet minimaal 36 maanden rijpen alvorens in de handel gebracht te worden. Kenmerken zijn een heldere robijnrode kleur, een delicaat en fruitig aroma, een droge fluweelzachte smaak.
Torgiano Rosso kreeg als eerste rode wijn uit Umbrië de DOC-status, in 1968. De DOCG volgde in 1990. De wijn wordt gemaakt in een klein productiegebied in de gemeente Torgiano. Het stadje Torgiano, afgeleid van ‘Torre di Giano’ dankt zijn naam aan de toren van het Middeleeuwse kasteel dat Torgiano domineert. Giano, overigens, is volgens de legende niemand minder dan Noach wiens Ark na de zondvloed op die plek, aan de oever van de Tiber, bleef steken. Het Wijnmuseum van Torgiano is een bekende trekpleister voor toeristen.

 

Ten noorden van Umbrie, in Emilia Romagna, zijn de Sangiovese aanplanten grootschaliger. Alleen al aan de DOC Sangiovese di Romagna wordt er elk jaar ongeveer 20 miljoen liter geproduceerd. Evenals Sangiovese di Aprilia, afkomstig van de vlakten ten zuiden van Rome, en Sangiovese dei Colli Pesari uit Marche, de vakantiestreek langs de oostkust is deze wijn met name bedoeld om jong gedronken te worden.

 

 


Reacties


Er zijn momenteel geen reacties gegeven op dit bericht.