Klimaat & Wijngaard

Klimaat en Wijngaard online wijn kopenKlimaat & Wijngaard

Het gebied waar een wijngaard ligt heeft zeer grote invloed op de kwaliteit van de wijn.

 

Of een gebied geschikt is voor wijnbouw hangt in grote mate af van het klimaat.

 

Het klimaat is de combinatie van de gemiddelde temperaturen, zonuren, luchtvochtigheid in een bepaald gebied over een periode van 25 à 30 jaar. Het klimaat over zo’n lange periode is vrij constant.

 

Noordelijk en zuidelijk halfrond

De belangrijkste wijngebieden ter wereld liggen op het noordelijke en zuidelijke halfrond, ongeveer tussen de 30e en de 50e breedtegraad. Buiten deze stroken is het klimaat minder geschikt voor wijnbouw. De gebieden dichter bij de evenaar zijn niet geschikt omdat de plant er het hele jaar door blijft groeien. Doordoorbloeien er behalve druiven tegelijk ook bloemen aan de plant.

 

De plant groeit steeds door en raakt uitgeput. Boven de 50e breedtegraad worden de druiven om een andere reden niet goed rijp; de gemiddelde jaartemperatuur is er te laag en de druivenstokken krijgen te weinig zon. Bovendien is er een te grote kans op nachtvorst.

 

Tussen de 30e en de 50e breedtegraad bestaan grote klimaatverschillen. Vlakbij de 30e breedtegraad is het klimaat subtropisch; het aantal zonuren en de gemiddelde jaartemperatuur zijn er een stuk hoger dan in de gebieden dichter bij de 50e breedtegraad.

 

Groeiproces van de druif

Het aantal zonuren en de gemiddelde jaartemperatuur hebben een grote invloed op het groeiproces van de druif. Hoe koeler het klimaat, hoe langer het duurt voordat de druiven rijp zijn. Daarom zijn oogsten in oktober en november op het noordelijk halfrond (en in maart en april op het zuidelijk halfrond) geen uitzondering.

 

Het voordeel van deze langere periode is dat er in de druif meer aromastoffen kunnen worden opgebouwd. Het nadeel is dat in koude jaren de druiven te weinig suikers en te veel zuren kunnen bevatten. De wijnmaker heeft dan een probleem en kan niet het kwaliteitsniveau van warmere jaren bereiken.

 

In warmere klimaten is de rijping geen probleem. De oogst vindt vaak al plaats in augustus (of in januari op het zuidelijk halfrond). De druiven hebben weliswaar voldoende suikers, maar missen vaak typerende aroma’s. De wijnen bevatten soms te weinig zuren, die nodig zijn om de wijn een frisse smaak te bezorgen. De beste wijndruiven groeien dus in een gematigd klimaat, zonder extreem hoge of lage temperaturen.

 

Verschil tussen dag- en nachttemperatuur

Voor de ontwikkeling van de druif zijn echter niet alleen de gemiddelde temperatuur en het aantal zonuren van belang. Ook het verschil tussen dag- en nachttemperatuur speelt een grote rol. De warmte van overdag zorgt voor de vorming van suikers in de druiven en voor voldoende rijping. In koele nachten staat de groei van de druivenstok stil. De plant verbruikt dan weinig suikers en houdt de aromastoffen vast die hij overdag heeft opgebouwd.

 

Zo kan een warm gebied met koude nachten toch druiven met voldoende zuren en aromastoffen opleveren. Het aantal zonuren, de gemiddelde jaartemperatuur en het verschil tussen dag- en nachttemperatuur bepalen dus grotendeels welke wijn men uiteindelijk van de druif kan maken.