Onbekende druif 6: Furmint

GOED!!!

Onbekend maar niet onbemind…

 

Furmint is één van de belangrijkste druiven in Hongarije. Bij het grote publiek een vrij onbekende druif en degene die de Furmint kent, kent hem als de belangrijkste component in de zoete Tokaji Aszú. Maar Furmint is veel meer dan dat. Er worden ook zeer mooie droge varianten van deze wijn gemaakt: geconcentreerd, elegant, lichtvoetig of juist vol.

 

Er zijn verschillende soorten furmint bekend, zo is er zelfs een rode Furmint maar de allerbekendste is toch de witte Furmint. De trossen hebben middelgrote besjes met een geelgroene kleur. Ze zijn gestippeld, hebben een dikke schil en zijn zeer sappig. Er worden reductieve en oxidatieve wijnen van gemaakt. Naamloos-6_bewerkt-21De Hongaren kennen de druif al sinds de 13e eeuw. Waarschijnlijk komt hij uit de Balkan, al zeggen sommige deskundigen dat zijn oorsprong in Noord-Frankrijk ligt. Omdat hij al zo lang voorkomt hier in het land, wordt de Furmint beschouwd als een Hongaarse, inheemse druif. In Hongarije wordt de Furmint op 4.000 ha verbouwd. Het is de derde meest voorkomende druif die kwaliteitswijnen voortbrengt. In Tokaj is Furmint goed voor 60% van de druiventeelt. In Somló, de tweede Furmint regio van Hongarije, staat 400 ha aangeplant, 40% van de totale aanplant dus. De wijnstreken Badacsony en Mecsekalja hebben ook Furmint aangeplant maar op zeer kleine schaal.

 

Dat Tokaj en Somló de belangrijkste Furmintregio`s zijn, is niet toevallig. De druif brengt de mooiste wijnen voort op een dichte bodem die rijk is aan mineralen en waar de wortels diep de grond in moeten gaan. Het is ook één van de druiven die het beste de bodemeigenschappen in zijn fruit verzamelt. Zo vind je in Tokaj en Somló de vulkanische, mineralige bodemsamenstelling terug in de geur en smaak van de wijn. In Somló bestaat de grond uit basalttufsteen met een steenlaag die rijk is aan mineralen als kalium en magnesium. De droge Furmint uit deze regio doet sterk denken aan een droge Riesling uit Duitsland. Hij is zeer mineralig, rijk aan zuren en extracten. Karakteristiek is verder de zoutachtige toets en het hoge alcoholgehalte. De wijnen ontwikkelen zich langzaam en ze ouderen ook langzaam. Wijnen uit Somló zijn pas na twee jaar op dronk. De Furmint bereikt zijn top rond de 3-4 jaar, en is in gunstige jaren zelfs na tien jaar nog aangenaam en goed te drinken. Furmint uit Somló is minder zacht dan die uit Tokaj en moet over het algemeen belucht worden vóór consumptie.

 

Een Furmint uit Tokaj heeft vaak een stevige body. In goede oogstjaren kan het alcoholgehalte zelfs de 14-15% bereiken. Hij is geschikt voor jarenlange opleg. De Furmint uit deze regio is wat zachter dan die uit Somló. Dit is te danken aan het feit dat de suikers en extracten voldoende tegenwicht bieden aan de stevige zuren. Sommige wijnmakers uit Tokaj maken prachtige furmint van zeer oude wijnstokken.

 

Furmint komt veelvuldig als droge variant voor maar kent daarnaast een aantal typische stijlen.

 

Zo is er bijvoorbeeld de aszú; door het microklimaat in Tokaj ontstaat er op bepaalde percelen in de late herfst een dikke schimmellaag op de druiven, de botrytis cinerea of edele rotting. Deze schimmel droogt de druif uit, met als gevolg dat de hoeveelheid suiker en extracten toeneemt in het sap van de druif. De uiteindelijke siroopachtige massa wordt aan een droge basiswijn toegevoegd. De hoeveelheid suiker en extracten in een aszú worden uitgedrukt in het aantal kuipjes (puttony). Hoe meer puttonyok, hoe hoger het suikergehalte in de wijn. Een aszú is van goede kwaliteit als de grote hoeveelheid suikers in evenwicht is met de hoge zuren in de wijn. Overigens worden voor de aszú uit Tokaj nog Hárslevelű (Lindenblättriger) en/of Sárga Muskotály (Muscat Lunel) toegevoegd aan de Furmint; Ook bijzonder is de szamorodni: in deze wijn worden de botrytisdruiven samen met de ongeschonden druiven verwerkt. Fordítás tenslotte is een wijn van hergebruikte druiven, als het ware. Op de uitgeperste aszúdruiven wordt most of wijn gegoten. Op deze wijze verkrijgt men een aangename, zoete wijn, die ui- teraard niet zo zoet is als de aszú.

 

Een goede Furmint heeft aardig wat zuren en meestal een flinke body. Hij is ook hoogalcoholisch, wat het gevolg is van het feit dat de druif laat rijpt. Een droge Furmint heeft een botrytis- geur, citrusvruchten, sinaasappelschil, nootmuskaat, peer en kweepeer. Zoete Furmint heeft wat minder de geur van botrytis en heeft meer tonen van acaciabloemen, honing, kastanje, perzik en ananas. Bij een oudere, zoete Furmint komen ook geuren als walnoot, chocolade, koffie en tabak tot ontwikkeling.